Oef...
Brasschaat is een klassieker in ons triatlonlandje en in het langeafstandswereldje... Vele toppers hebben daar legendarische strijden geleverd, Europees kampioenschap, ITU-circuit... Al jaren probeer ik daar te presteren. Het is me nooit echt gelukt. Ik heb er een rare band mee: vind het een zalige wedstrijd, het is een parcours dat me ligt maar nog nooit heb ik daar eens met een deftig resultaat kunnen uitpakken. Dit jaar hebben ze het roer volledig omgedraaid en gekozen voor een andere formule: kwartafstand (1,5km zwemmen, 40km fietsen en 10km lopen). Maw de Olympische discipline en dus met stayeren... Iets wat me totaal niet ligt en juist die wedstrijd kies ik eruit om mijn bittere pil van vorige week door te slikken. Vooraf interesseerde de uitslag me totaal niet. Ik wilde vooral weten of ik wel nog deftig power kon produceren op de fiets en of ik wel nog kon ‘afzien’. Ik wou dus vooral mijn gevoel checken met het oog op Ironman Zurich over een maand. De dagen ervoor heb ik dan ook niet stilgezeten en enkele pittige trainingen afwerkt. Fris stond ik dus niet aan de start maar nogmaals, het interesseerde me eigenlijk totaal niet de hoeveelste ik over de finishlijn strompelde.
Ik werd in de Open wedstrijd onverwachts 3de. Man man, ik moet een stayerkoers meedoen om eens op het podium te kunnen staan in Brasschaat. Een ding zat gewoon enorm mee. Het was pokkewarm en dan voel ik me automatisch meer in mijn sas. Laten we hopen dat de weergoden in Zürich eind juli zich meer laten inspireren door Brasschaat dan door Brugge. Een wereld van verschil voor mij. Het belangrijkste was dat, ondanks de vermoeidheid, ik een enorm goed gevoel aan de wedstrijd overhield. In de start moet ik weliswaar onmiddellijk redelijk wat afstand ...













